31
10
19
Wijnreizen

Op reis in Bordeaux

Enkele weken geleden reisde een gewaardeerde klant van ons, dhr. Hein van Ameijden af naar de Bordeaux. Over zijn ervaringen en bezoeken schreef hij een uitgebreid, persoonlijk en pakkend essay. Het ‘dagboek’ van Hein kunt u hieronder lezen.

 

Een weekje in de Médoc

Disclaimer: onderstaande is geschreven door een volslagen ondeskundige liefhebber. Dus onderstaande svp niet al te serieus nemen

Wijn maken, een Nederlandse traditie

U weet natuurlijk allang, dat de wijnbouw in de Médoc het werk is van Nederlanders. Je ziet dat het beste als je de monding van de Gironde oversteekt met de pont van Royan naar Le Verdon. Je komt dan aan in een duinlandschap, dat langzaam overgaat in moeras. Als het regent, zie je dat overal plassen blijven staan. Verder oostwaarts ontstaat een voorzichtig heuvellandschap, waarvan het hoogste punt 48 meter is. In de zeventiende eeuw hebben Nederlandse waterbouwers hier een stelsel van kanaaltjes aangelegd, waarmee het cultiveerbare gedeelte van de Médoc toenam en bovendien de kiezellagen blootgelegd werden, die voor de afwatering en de smaak van de wijn van groot belang zijn. Maar het blijft zo op het eerste gezicht een rare plek om wijnstokken te planten.

De tweede belangrijke bijdrage is, dat het zwavelen van de vaten door de wijnboeren hier is afgekeken van de gewoonte op Nederlandse schepen om kombuis en voedselopslag te zwavelen, om daarmee voortijdig bederf van het voedsel tegen te gaan.

De revolutionaire onveranderlijkheid van de Fransen

Sommige zaken in het tot revolutie geneigde Frankrijk (gilets jaunes!) veranderen nooit. Wie vandaag de Franse televisie aanzet, ziet  dezelfde druiloor dezelfde lullige spelletjesprogramma’s presenteren als dertig jaar geleden (nee eerlijk, sinds 1987!), nog steeds  met een microfoon in de hand, een attribuut dat ook dertig jaar geleden al volstrekt overbodig was. Franse vrouwen kunnen nog steeds met ferme pas lopend roken of rokend lopen, wat ik heel knap vind. Fransen lezen nog steeds boeken, nemen hun kinderen mee naar musea en het platteland loopt onafwendbaar verder leeg. En langs de autoroute kun je nog steeds gratis plassen tussen de vliegen.

Zo is ook de classificatie van Médoc-wijnen sinds 1855 zo goed als ongewijzigd. Maar de wijn zelf allerminst.

In Dordrecht heb ik bordeaux leren drinken toen ik negen was. De vader van mijn beste vriend had een onuitputtelijke wijnkelder met bordeaux, die terugging tot de jaren veertig(!). Mijn vriend had vier oudere zussen, dus we dronken per maaltijd 1 fles met zijn achten. Voor ons jonkies was er een klein bodempje. Maar toch, de smaken en geuren uit je jeugd vergeet je nooit, niet de lucht rond de jeneverstokerij van Rutte, en ook niet die stroeve wijnen van toen. Daar zaten takken, slakken, zweetvoeten, onrijpe en rotte druiven in. De eerste twintig jaar waren ze niet te drinken. Maar ze hadden ook een dimensie, die volgens mij in de wijnen van deze tijd verloren is gegaan. Dat is jammer, maar ook wel goed. Voorbeeld: de vergisting van rode bordeaux vindt plaats in drie etappes. De eerste alcoholische vergisting bij een temperatuur van 28 tot 30 graden, dan terug naar 25 graden en dan naar 21. De controle van de temperatuur gaat tegenwoordig volautomatisch met behulp van computergestuurde verhittings- en koelelementen. Maar die waren er vroeger helemaal niet. Dus de boer gooide zijn giftige goedje in een ton en stond erbij en keek ernaar. Dat leverde soms die fantastische wijnen op, maar vaker nog ondrinkbaar bocht en soms ook helemaal geen wijn.

Is wijn dan een industrieel product geworden? Ja en nee. De eigenaren van de chateaux liggen krom van de investeringen, die de huidge markt van ze verlangt. Maar ook vandaag speelt de natuur nog een doorslaggevende rol. Hoeveel geld en kennis de eigenaren er tegen aan gooien, een Gazin wordt nooit een Petrus en een Pichon Longueville nooit een Latour, hoewel deze chateaux aan elkaar grenzen. Maar het is net die paar meter hogere heuvel, net die betere ligging op de zon, net die andere bodemgesteldheid, die het verschil maken. Daar staat tegenover, dat bij de Grand Crus de wijnmakers door procesbeheersing tegenwoordig in staat zijn om ook in de mindere jaren een naar omstandigheden optimaal resultaat te bereiken.

Wijn proeven, hoe doen we dat?

Voor een onhandig iemand als ik is wijn proeven nog een hele uitdaging. De eerste twee fasen (ernstig kijken en zien dat het rode wijn is, gevolgd door voorzichtig ruiken) gaan me nog redelijk af, maar het zogenaamde walsen zonder tafel en kleding te benatten is al een ander verhaal. Vervolgens ruiken we opnieuw, nemen een klein slokje en slurpen we lucht over de wijn naar binnen. Dit verhoogt echter niet alleen de smaaksensatie, maar ook het risico op een enorme hoestbui, En dan komt de hamvraag: doorslikken of uitspugen? De echte kenners zijn spugers, maar afgezien van de onsmakelijkheid van deze handeling, ben ik oprecht van mening, dat je daardoor smaakinformatie mist, die je alleen opdoet als je de wijn langs je huig laat glijden. De echte liefhebber slikt dus door. Dan maar wat minder proeven. Of met de taxi naar huis.

Hiew Pawijs

De ouderen onder u herinneren zich het televisieprogramma Hier Parijs, hier Jan Brusse, waarin deze olijke Parijse AVRO-correspondent leuke berichtjes over Frankrijk bracht. Helaas kon Jan de ’r’ niet zo goed zeggen, dus stond het programma bekend als Hiew Pawijs, hiew Jan Bwusse. Ik herinner me nog goed, hoe Jan een keer een bezoek bracht aan Chateau Margaux, dat hij presenteerde als de maker van de beste wijn ter wereld. Die moest ik hebben. Dus kocht ik bij Gall&Gall voor dertig gulden een Chateau Margaux 1972, die ik jaren later soldaat maakte. Het viel nogal tegen.

Chateau Margaux, dat kort daarop in het nieuws kwam omdat ze stiekem Marokkaanse wijn bijmengden om het nog ergens op te laten lijken, bleek in de jaren zeventig op het dieptepunt van zijn bestaan te zijn aangeland. Omdat ik Griekenland vooral associeer met de ondrinkbare Retsina, is het een verrassende wending te noemen dat het kasteel in 1977 werd gekocht door een Griekse zakenman. André Mentzelopoulos heeft de wederopstanding van zijn wijngoed niet meer mogen meemaken, maar zijn dochter en kleindochter, die het nogal spookachtig grote huis bewonen, hebben er iets geweldigs van gemaakt.

In een hoekje van de enorme ontvangstruimte zat Emilie, die ons vervolgens bekwaam rondleidde en zich verontschuldigde dat we de Geheime Afdeling met de stalen cuves niet konden bezichtigen. Wij sjokten braaf achter haar aan.

Het hele domein is 262 hectare, waarvan een kleine 100 beplant met rode en witte druiven, net geoogst door een equipe van 270 plukkers. Slechts 35% van de oogst komt terecht in de Premier Grand Cru Classé en een kwart vindt anoniem een weg naar de markt. De rest zijn de tweede en derde wijn. De eerste wijn rijpt uitsluitend in nieuwe vaten, waarvan een kwart door hun eigen kuiper wordt gemaakt en de rest wordt ingekocht. Alle vaten worden licht tot medium getoast. (ik ben geen wijnmaker tegengekomen met een voorkeur voor zwaar toasten). Er zijn 94 houten en stalen cuves, waarin de vinificatie plaatsvindt. Dit grote aantal is belangrijk, omdat het de wijnmakers in staat stelt elk perceeltje apart te houden, waardoor ze na de gisting de wijn perfect kunnen monteren. Tijdens de gisting is het belangrijk dat de wijn zoveel mogelijk in aanraking komt met de schilletjes, die helaas de neiging hebben naar de oppervlakte te drijven. Daarom moeten die twee keer per dag worden ondergedompeld. De handigste manier is om twee keer per dag de inhoud van de tank van onder op te pompen en er van boven weer in te gieten. Maar het schudden van de plunjer is slecht voor de wijn. Daarom hebben kastelen als Cos d’Estournel de pomp in de ban gedaan. Zij roeren de wijn met grote lepels door en het overbrengen van de wijn van het ene vat naar het andere geschiedt per zwaartekracht, dus de cuves worden opgetild en langzaam uitgegoten. Toen Emilie dus ook doodleuk beweerde, dat er op Chateau Margaux nog tweemaal daags wordt gepompt, wist ik niet wat ik hoorde. Maar toen gebeurde er iets leuks. Bouwwerkzaamheden versperden de weg naar de uitgang. Er zat niets anders op dan via de Geheime Afdeling naar buiten te gaan. En tussen alle laboratoriumspullen stond daar De Pomp.

De technisch geïnteresseerden onder u zien natuurlijk onmiddellijk, dat dit geen klassieke ruwe plunjer- of centrifugaalpomp is, maar een langzaam draaiend schoepenrad dat de wijn als het ware omhoog liefkoost. Emilie verontschuldigde zich bij iedereen die ze tegenkwam met twee zoenen en een uitgebreide uitleg waarom we ons op verboden terrein hadden begeven. Dit is wat we zagen:

En nu u dit gezien heeft, weet u hoe u zelf een echte Chateau Margaux kunt maken.

Kennelijk leverde de wijn voldoende op om in 2015 de kelders en schuren onder architectuur te laten verbouwen.

Wie weleens met Ryanair naar Stansted is gevlogen, herkent in deze boerenschuur de hand van Sir Norman Foster. En dit is zijn idee van een wijnkelder:

Hier proefden we deze twee wijnen:

Dus een tweede wijn uit een mooi jaar en een oudere eerste wijn uit een niet-topjaar. Ik heb een psychologisch probleem met tweede wijnen. Hoe lekker ze vaak ook zijn, ik kan slecht tegen het idee dat er een andere wijn bestaat, die nog lekkerder is. Maar als u dit probleem niet heeft: de Pavillon was mooi in balans en al op dronk. En hij kost “maar” 150 Euro de fles. En die 2006, tsja. Voor 600 piek is hij voor u. Alternatief: vraag Bert van Eyck wat hij te bieden heeft voor 150 Euro en ik wed, dat hij voor u minstens vier voortreffelijke flessen heeft, waar u de Kerst comfortabel mee doorkomt.

Chateau Margaux was van alle chateaux, die we deze week bezochten, wel een klasse apart, niet zozeer vanwege de indrukwekkende architectuur, maar vooral vanwege de professionaliteit en de perfecte hygiëne waarmee werd gewerkt.

Een verkouden schoonzoon

Van Margaux naar St. Julien alwaar we de Domaines Henri Martin bezochten. Dit bestaat uit de vierde Grand Cru Chateau Saint-Pierre (17ha) en het niet geclassificeerde Chateau Gloria, 50 hectare, verspreid over losse stukjes. Hier zien we de luchtfoto, die helpt de volgorde van oogsten te bepalen (rood/geel eerst, groen laatst). Tegenwoordig gaat dit per drone, wat een stuk goedkoper is.

Alle gekleurde vlakjes horen bij Gloria. Hoewel ook hier behoorlijk is geïnvesteerd, zien we wel een achterstand op Margaux, zowel in uitrusting als manier van werken. Hier grote tobbes met rode wijn, geknoei op de grond, traditionele pompen, cuves van staal en zelfs nog epoxy, hoewel die nu uitgefaseerd worden. Ze zijn door hun grote formaat moeilijk te verkopen: iedereen wil tegenwoordig kleine cuves, om de wijn beter te kunnen selecteren. De temperatuurcontrole verloopt ook hier volautomatisch.

Wij werden ontvangen door een vrolijk schaterlachende en tegelijk hoestende (want verkouden) schoonzoon van de eigenaar Jean-Louis Triaud, die op zijn beurt weer de schoonzoon van Henri Martin is.

Of hij aanstekelijk werkte op het personeel (zijn gelach, niet gehoest) ik weet het niet, maar de sfeer was gemoedelijk.

Van Chateau Saint-Pierre en Gloria proefden we de 2015. De verschillen: St P 75% cabernet-sauvignon, 19% merlot, 6% cabernet franc, 50% nieuwe vaten. Gloria 60% cs, 27% merlot, 6%cf en 7% petit verdot, 40% nieuwe vaten (dus 60% vaten, die 1x eerder zijn gebruikt). Hoewel St P omgeven is door de perceeltjes van Gloria, konden de verschillen niet groter zijn. De St P moet nog wel even liggen om zijn hoogtepunt te bereiken, maar tot mijn schrik (want ik heb zelf 12 flessen van dat spul liggen) constateerde ik, dat het bewaarpotentieel van Gloria over zo’n vijf jaar vermoedelijk wel bereikt is. Toch lijkt me Gloria de betere koop, eenvoudiger maar meer gebalanceerd.

Monniken, gered door de bank

Chateau Meyney beslaat sinds 1662 het zelfde aaneengesloten perceel van 51 hectare en al in de eeuwen daarvoor werd er door Cisterciënzer monniken (Meyney betekent monnik) wijn gemaakt. Het heeft geen classificatie. De verklaring daarvoor is, dat toen Napoleon III in 1855 het initiatief nam tot die classificatie, de adellijke eigenaren van het chateau dat maar onzin vonden van dat in hun ogen ordinaire mannetje. Dus ze stuurden hun wijn niet in. Met de wetenschap van vandaag een domme actie, want de omringende chateaux, Montrose, Calon-Ségur en Cos d’Estournel zijn 3e en 2e Grand Crus Classés.. Vanaf het chateau heeft men een prachtig uitzicht tot aan de Gironde. Helemaal onderaan, in een stukje kleiloze kiezel, bijna aan de oever van de rivier, staat de petit verdot.

Meyney wordt voor 15% gemaakt van petit verdot, 30% merlot en 55% cabernet sauvignon. De oogst was net een week geleden beëindigd. Bij Meyney wordt de eerste selectie van de druiven met de hand op de sorteertafel gedaan, maar de tweede met een machine, die op basis van tri-optique de foute druifjes sorteert en wegblaast, tenminste, als ik het goed heb begrepen.

We moesten even wachten op onze gastheer David Launay, verkoopdirecteur van CA Grands Crus, die met grote snelheid onderweg was van zijn kantoor bij Grand Puy Ducasse in Pauillac. De bank Crédit Agricole is op een voor mij wat vage manier in de loop der jaren in het bezit gekomen van een aantal grote namen uit de bordeaux en de bourgogne, wat in elk geval het gunstige gevolg heeft, dat er behoorlijk wordt geïnvesteerd en dat de betrokken bedrijven profiteren van elkaars expertise. Meyney werd in 2005 aangekocht.

Wij proefden Grand Puy Ducasse, 5e Grand Cru uit Pauillac uit 2011 en 2014, de Meyney uit dezelfde jaren en chateau La Tour de Mons, een Cru Bourgeois uit Margaux van 2014. De laatste wordt uit 55% uit merlot en 40% cabernet sauvignon gemaakt (men is bezig deze verhouding te verschuiven richting cs). La Tour de Mons was duidelijk de minste van de drie, maar met een winkelprijs van 20 Euro toch een goede koop.

De Meyney van 2014 had ik en primeur gekocht, dus ik was erg benieuwd. Besloot na proeven om hem nog een jaar of vijf te laten liggen en dan voorzichtig nog eens te proeven. De GP Ducasse 2011 is al op dronk.

Bij onze bezoeken had ik zo’n handig Moleskine notitieboekje bij me, waarin ik de aantekeningen voor dit verslag heb gemaakt. Hier deed zich een probleem voor. Niet alleen waren de karakteristieken van de wijnen verschillend, de wijnen van CA Grand Crus worden door de jaren steeds beter omdat ze steeds professioneler worden geproduceerd. Dit vroeg om een meer diepgaande vergelijking met oudere en jongere wijnen, die David met toenemend enthousiasme openrukte. Nu is mijn juristenhandschrift onder normale omstandigheden al niet best, maar de schriftelijke vastlegging van steeds complexere proefnotities werd niet vergemakkelijkt doordat ik mijn pen nu met twee handen moest vasthouden. Maar dit heb ik onthouden: de Meyney 2010 wordt een grote wijn, maar u moet hem wel nog zo’n tien jaar laten liggen.

Druiven met stemmetjes

Chateau des Ormes de Pez (de iepen van het dorpje Pez, wat je op zijn Nederlands uitspreekt) was ons warm aanbevolen logeeradres, dus die proeverij was een thuiswedstrijd. Dit kasteel is eigendom van de familie de Cazes, net als Lynch-Bages, 5e Grand Cru in  Pauillac. We hadden al de O de P uit 2000 al geproefd. Het is een Saint-Estèphe en dat zijn echte bewaarwijnen, maar voor een cru bourgeois als deze is negentien jaar toch iets teveel. Hier proefden we onder leiding van onze gastvrouw Kerstin de Lynch-Bages en de Ormes uit 2011. Wat een verschil. 2011 is natuurlijk een matig jaar, maar de O de P had zich tot een prettige wijn ontwikkeld, die vanaf nu tot een jaar of drie na nu op dronk is. De LB heeft nog langer te gaan. De verschillen tussen LB en O de P: O de P is 40 hectare, niet supergroot dus, en LB 110 hectare , wat wel veel is. O de P ligt op 25 meter hoogte  en L B op 15 meter. O de P heeft 54% cabernet sauvignon, 37% merlot, 7% cabernet franc en 2% petit verdot. LB 72% cabernet sauvignon, 22% merlot, 3% cabernet franc en 2% petit verdot. Onze gastvrouw lichtte toe wat voor invloed deze verschillen hebben op de wijn, waarbij ze als een op hol geslagen voorleesmoeder zover ging de verschillende druivensoorten te karakteriseren met verschillende stemmetjes, mannelijk, vrouwelijk, lieflijk etc.. Maar deze vervreemdende presentatie kon niet verhullen, dat ze echt verstand van haar vak had. Veel van de informatie in dit verslag is van haar afkomstig.

En in het algemeen geldt, dat de mensen hier echt liefde voor hun vak hebben en daaraan graag uiting geven. Het gaat niet om geld, het gaat om het maken van een zo mooi mogelijke wijn, waar ze terecht trots op zijn, of het nu Chateau Margaux of Ormes de Pez is.

Klimaatverandering

In het kader van de onveranderlijkheid van Frankrijk, zijn sinds eeuwen voor rode bordeaux alleen carbenet-sauvignon, merlot, cabernet franc, petit verdot en malbec toegestaan. Naarmate de zomers in de bordeaux-streek ook in de bordeaux heter en droger worden, neemt de roep om het toestaan van alternatieve druivenrassen toe. Ik vroeg onze gastheren en –vrouwen wat ze van deze ontwikkeling vonden, maar ik was bij hen aan het verkeerde adres. De druif die namelijk het meest te lijden heeft onder de hitte is de merlot, die in de wijnen van de médoc een minderheid vormt, maar de belangrijkste druif is aan de overkant, dus in St. Emilion en Pomerol. Pétrus wordt uitsluitend met merlot gemaakt. Proefde ik daar een beetje Schadenfreude?

Plukkers

Bij alle bezoeken vroeg ik even waar de plukkers vandaan komen. Het zijn overwegend Spanjaarden en Portugezen. Hier zit een rationale achter. Ten eerste zijn ze gemiddeld nog kleiner dan de Fransen. Dat helpt enorm want de druiven worden getopt op 110cm hoogte en de druiven hangen tot 35cm boven de grond. Hoe langer je bent, hoe dieper je moet bukken. Op onze vraag waarom die struiken dan niet wat hoger konden, was het antwoord, dat dan teveel sap voor de druiven verloren gaat. Ten tweede: de oogst rijpt het vroegst in Spanje en Portugal. Vandaar trekt men naar de Pyreneeën en dan door naar de Médoc, waar de oogst half oktober wordt afgerond. De rugpijn wordt bestreden door het gezamenlijk zingen van stoere gezangen onder de pluk.

Waar zijn de Chinezen gebleven?

Ik weet niet hoe u erover denkt, maar ik vind vijftig Euro al een heel mooi bedrag voor een fles wijn. Daarboven ga je algauw denken, hoeveel Euro die achteloos genomen slok eigenlijk kostte. Je hebt hier onvoorstelbaar goed gesorteerde wijnhandels, zoals deze in St. Emilion:

Het zijn, zegt men, vooral de Chinese wijndrinkers, die voor dit krankzinnige prijsniveau hebben gezorgd. Maar wij hebben op onze toer door de Médoc bijna geen Chinezen gezien, niet in de restaurants in de omgeving en niet tussen de wijnstokken. Zaten ze op duistere Franse zolderkamertjes noedels naar binnen te slurpen of waren ze er gewoon niet? Het was niet gemakkelijk om uit de wijnmakers een eerlijk antwoord te trekken, maar als je een stapeltje leugentjes op elkaar legt, schijnt de waarheid er vaak doorheen. Volgens mij is China gewoon in belangrijke mate weggevallen als markt. Ook in China is de economie behoorlijk afgekoeld, dus dat zou een verklaring kunnen zijn, maar stiekem hoop ik dat de Chinezen een beetje zijn uitgekeken op grands crus met ijsklontjes, want dat zou een geleidelijke terugkeer naar normale prijzen kunnen betekenen. De strafheffingen van de VS op Europese wijn en whisky lijken me, gezien de wispelturigheid van de bewoner van het Witte Huis,  voor de handel meer een probleem van tijdelijke aard.

We gaan kijken of de vraaguitval doorzet en hoe het uitwerkt. De top drie markten van Chateau Margaux zijn Frankrijk, China en de VS, in die volgorde. Dus die hebben een probleempje. Chateau Beychevelle heeft dit etiket:

Chinezen houden van drakenboten en dus kopen ze deze wijn. Beychevelle heeft dus ook een probleem, als die kopers ineens wegvallen. Maar er zijn ook heel wat chateaux, die nooit hebben geprofiteerd van de Chinese hausse, die in 2009 echt losbarstte, zoals de chateaux van CA Grand Crus en veel kleinere, niet geclassificeerde producenten, dus die zouden veel minder last moeten hebben. We gaan het zien.

Maar voorlopig is de conclusie, dat ik me vandaag de Grand Crus (2e en lager), die ik thuis heb liggen, nu niet meer zou kunnen of willen permitteren. Dat stemt tot droefenis.

Wat jammer dat er Fransen wonen

Over dit platte Hollandse vooroordeel wil ik tenslotte nog iets kwijt. Wij zijn de afgelopen week alleen maar aardige, open en gepassioneerde mensen tegengekomen. Er zijn drie onderwerpen, die men in Frankrijk met eerbied en respect dient te benaderen: eten, drinken en seks. Wie oprechte belangstelling toont voor deze onderwerpen wordt beloond met warmte en genegenheid. Of dit voor het derde onderwerp ook geldt weet ik trouwens niet zeker, maar voor de eerste twee spreek ik uit eigen ervaring. En probeer eens een beetje Frans te praten. De poging hiertoe zal zo worden gewaardeerd, dat men u dankbaar in onverstaanbaar Engels antwoordt.

0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen in nog leegTerug naar de shop